De stoute schoenen aan

Ontdekkingen in Den Helder

Twee verzekerden die elkaar niet kennen, trekken de stoute schoenen aan en maken samen een wandeling. Onderweg leren ze nieuwe plekken en vooral elkaar kennen. Dit keer lopen de stoute schoenen door Den Helder.

Voor haar is het bekend terrein, voor hem een nieuw stukje Nederland. Zij loopt wekelijks tientallen kilometers, hij zit liever op de fiets. Ze zijn totaal verschillend, maar één ding hebben ze gemeen: vandaag trekken ze allebei de stoute schoenen aan.

Daar waar Napoleon ooit “het Gibraltar van het Noorden” wilde bouwen, ontmoeten Wopke van Solkema (40) en Jolanda Grijpstra (54) elkaar. Fort Kijkduin in Den Helder is het startpunt van hun wandeling. Na een korte kennismaking en een blik op de bewegwijzering – ‘Welke route gingen we ook alweer lopen?’ – wandelen de twee over de dijk, langs de rode vuurtoren. Het weer doet zomers aan: de lucht is strakblauw, de temperatuur stijgt boven de vijfentwintig graden uit. ‘We hadden het niet beter kunnen treffen’, glimlacht Wopke.

Nijmeegse Vierdaagse Al gauw wijst Jolanda naar links: een zandplaat steekt boven het water uit. ‘Vroeger was die bij hoogwater niet zichtbaar’, vertelt ze. ‘Maar de laatste jaren is ‘ie er altijd. Mensen varen er zelfs met bootjes naartoe om te gaan picknicken.’ Jolanda woonde lange tijd in Den Helder, maar verruilde de stad jaren geleden voor Breezand. De vijftien kilometer naar Fort Kijkduin legde ze te voet af. ‘Ik loop dit jaar voor de zevende keer de Nijmeegse Vierdaagse. Vandaag is een mooie trainingsdag.’ Wopke luistert vol verwondering. Hij wandelt ‘wel eens een stukje’, legt hij uit, ‘maar ik ga liever een flink eind fietsen.

Dappere trappers Urenlang op de trappers: Wopke draait er zijn hand niet voor om. ‘Ik heb altijd gevoetbald, maar ben vanwege blessures gestopt. Omdat ik de gezelligheid van een voetbalteam miste, ben ik een fietsgroepje begonnen: De Dappere Trappers. In de zomer racefietsen we elke week. Doordeweeks een korter rondje van zo’n zestig tot zeventig kilometer, in het weekend een langere tocht. In de winter crossen we op onze mountainbikes door het bos. Heerlijk.’ Wopke woont met zijn vrouw en twee dochters in het Friese Elfstedenstadje IJlst en werkt als digital consultant bij een webdevelopmentbureau. ‘We bouwen voornamelijk websites en apps. Mijn taak? Het idee van de klant tot leven brengen. Achterhalen wat zijn vraag precies is en waarnaar hij op zoek is, zodat we een website of app kunnen ontwikkelen die daarop aansluit.’

Wandelen voor MS Het tweetal heeft de pas er stevig in. De dijk ligt al ver achter ze, via een park zijn ze inmiddels in de duinen van Den Helder aangekomen. Wopke wijst naar Jolanda’s t-shirt, waar het logo van Stichting MS-research op staat. Of ze het met een reden draagt? Jolanda knikt. ‘Ik heb zelf MS. Door me te laten sponsoren voor wandeltochten haal ik geld op voor onderzoek naar de ziekte.’ Want lopen, dat gaat Jolanda gelukkig nog goed af. ‘Ik heb wel andere symptomen, zoals vermoeidheid, problemen met mijn evenwicht en plotselinge pijn in mijn ledematen. Bovendien kan ik het me niet veroorloven om een tijdje weinig te bewegen: dan holt mijn conditie achteruit.’

De lucht in Vanwege haar ziekte werkt Jolanda niet meer. Jammer, vindt ze zelf. ‘Ik had een fantastische baan als waarnemer op het kustwachtvliegtuig Coastguard 01. Dat vliegtuig wordt ingezet om toezicht te houden op het vaargedrag van schepen, zeeverkeersonderzoek te doen, verontreiniging te signaleren en om te assisteren bij opsporing- en reddingswerkzaamheden. Zo’n drie keer per week zat ik in de lucht.’ Ze mag dan misschien niet meer werken, stilzitten doet de Breezandse allerminst. ‘We hebben thuis vier paarden, waar ik af en toe op rijd. Ik zit bij een zeemanskoor, speel dwarsfluit in een harmonie, en ik wandel natuurlijk veel. Nee, ik verveel me absoluut niet.’

Duinlandschap Wopke kijkt om zich heen. ‘Gaaf, dit duinlandschap. Ik ken Den Helder vooral van de veerboot naar Texel, maar heb nooit geweten dat het hier zo mooi is.’ Dan wijst hij naar de vuurtoren voor zich. ‘Kijk nou, we zijn er alweer bijna. Dat hebben we snel gedaan!’ Terug op de parkeerplaats nemen Jolanda en Wopke afscheid. ‘Succes met de vierdaagse’, roept Wopke zijn wandelmaatje nog na. Zij – ruim twintig kilometer in de benen – pakt de trein terug naar huis, hij stapt in de auto. Op naar Friesland.